Dossier Na de noodopvang #2

Hoe vergaat het de mensen die wij in Bethel opvingen?
Nieuws text rechts

Ze leiden me rond over het terrein, voeren een lied op en er wordt zoals altijd nog wat gedanst op Arabische muziek. En terwijl we op een grasveld in het kamp zitten probeer ik hun gezichten één voor één in me op te nemen en dit moment vast te leggen in mijn geheugen. Ik weet niet hoe hun procedures en routes verder zullen lopen. Met velen zal ik in contact blijven, sommigen zal ik misschien nooit meer zien.

In ons Nederlandse asielsysteem verplaatsen we vluchtelingen continu. Dat eindeloze gesleep met mensen, je wordt er moedeloos van. Hoe kun je immers iets opbouwen als je nooit zeker weet hoe lang je mag blijven? Hoe kunnen mensen integreren als ze geen ruimte krijgen om zich te verbinden aan de Nederlandse samenleving, aan Nederlandse mensen? Of is dat misschien wel de bedoeling? Dat mensen zich vooral niet binden en hechten. Opdat het later ook gemakkelijker is ze weer uit te zetten, als blijkt dat ze volgens onze standaarden geen gegronde reden hebben om hier te blijven. 

Alle basisbehoeften zijn aanwezig in Budel. Mensen krijgen te eten, ze kunnen warm douchen, hebben een eigen bed en er is veel natuur in de omgeving. Maar het onpersoonlijke, massale geeft me een ongemakkelijk gevoel. Mensen worden geïdentificeerd met hun “vreemdelingennummer” en ze zijn geïsoleerd van de bewoonde wereld. En in ieder gesprek dat ik voer met bewoners van het kamp komt de onzekerheid naar boven, niet weten waar je morgen naartoe gaat en hoe lang alles nog zal duren.

Als we over het terrein wandelen en ik de verhalen van onzekerheid hoor of de kinderen verloren over het terrein zie slenteren, bespeuren sommigen van de mannen mijn sombere gevoel. Eén van hen komt naast me lopen en stelt me gerust, “Vergeet niet waar we vandaan komen, we zijn erger gewend. We zijn nu veilig en dat is wat telt” vertelt hij mij.

Ik begrijp dat het een uitdaging is om grote aantallen mensen op de vlucht van goede opvang te voorzien. Maar ik hoop toch dat we het anders kunnen doen, menselijker en met meer persoonlijk contact. Dat “de vluchteling” ook “de Nederlander” ontmoet en andersom. Niet alleen vanuit een humaan perspectief is dit belangrijk, maar ook voor het functioneren van onze samenleving. Om de integratie van de vluchteling te bevorderen, iets waar we zo naar streven in Nederland, hebben we ontmoetingen nodig. Eigenlijk al vanaf het begin van de procedures. 

Door Betsy Schouten, woonbegeleider Stek

Lees hier deel 1